Het was een koude winteravond in ons kleine dorpje Kleinkerk, rond 1950. Ik woon naast de pastorie, altijd nieuwsgierig. Die nieuwe priester, Ildefons, jong en knap, Catalaanse roots of zoiets. Hij had Louise ingehuurd, de weduwe van de burgemeester. Die arme man was doodgegaan bij Josie, de lokale hoer. Ik hoorde de roddels. Louise, 41, vol tieten en billen, perfect figuur. Ik zag ze vaak samen, die spanning… haar hand op zijn arm, zijn blik op haar decolleté.
Vanaf mijn raam, gordijn op een kiertje, spiedde ik. De straatlantaarn wierp geel licht op hun raam. Fietsbel rinkelde in de straat, ik drukte mijn voorhoofd tegen het koude glas. Koude rilling, maar mijn kut jeukte al. Ze praatten, lachten. Hij in nachthemd, zij in dunne nachtjapon. Haar tepels priemden door de stof. Eh… hij keek weg, maar zijn broek puilde uit. Verbodene buren, zo dichtbij. Mijn hart bonsde, hand in mijn slip.
De eerste spiedende blikken en de hete spanning
Dagenlang bouwde het op. Lessen wassen, ze rook zijn onderbroeken, gezicht rood. Hij bad harder, maar ik zag zijn hand beven. Herfstbladeren ritselden buiten, wind joeg langs het huis. Ik fantaseerde: wat als ze kraken? Josie kwam soms poetsen, met kindje, maar nu was Louise er. Jeannot, de kommunale werker, sneed hout, bloosde bij Josie. Ik wilde kijken, voelen die rush.
Die nacht, onweer dreigde niet, maar kou beet. Poêle in zijn kamer doofde. Klop op haar deur. ‘Louise… koud,’ mompelde hij. Ze trok hem haar eenpersoonsbed in. ‘Kom, warm je.’ Armen om hem, tieten tegen zijn rug. ‘Draai om.’ Zijn pik stond strak, paars hoofd. Ze greep het. ‘Jezus, hard als steen. Ik heb ook honger.’
Ik hijgde, vingers in mijn natte spleet. Zei blaasde een kapotje op – slim wijf. ‘Kom in mijn kut, vader.’ Hij stootte erin, diep, missionaris. Haar benen om zijn kont. ‘Neuk me hard!’ Kreunen, bed kraakte. Plakplak van nat vlees. Ze kwam, spoot bijna. Hij ramde door, zweetdruppels glinsterden in lantaarnlicht. ‘Neem mijn zaad!’ Spuitend in haar.
De wilde neukactie vol risico en genot
Pauze, hijgen. ‘Geen kapotjes meer?’ ‘Probeer mijn reet.’ Boter van melkerij, gesmolten. 69 eerst: hij likte haar klit, tong in haar kontgat. ‘Lekker, je kut sap.’ Zij zoog zijn pik, ballen likkend. ‘Zuigen, hoerig.’ Vinger in haar anus, rekken. Dan hij erop, langzaam. ‘Au, traag… ja, dieper!’ Hij deelde haar kont, pompte wild. ‘Neuk mijn strontgat!’ Ze schreeuwde zacht, bang voor Josie of Jeannot. Burenrisico, deur kraakte – wind? Ik kwam hard, sap op raam.
Hij spoot in haar darmen. ‘Blijf erin.’ Ze sliepen verstrengeld, poêle brandde laag. Ik sloop weg, kut pulserend.
Volgende dag, kerkmis. Ildefons preekte, Louise serveerde. Ik knipoogde. ‘Goed geslapen?’ Ze bloosde. ‘Heerlijk warm.’ Geheimpje. Nu groet ik ze met natte blik, thrill van Sodome naast de deur. Adrenaline hangt nog.