God, wat een dag. Ik, Lotte, 36, alleenwonend in dit oude Amsterdamse pand. Sta bij het raam, voorhoofd tegen het koude glas gedrukt. Buiten fiest een kerel voorbij, bel rinkelt schril in de stille straat. Straatlantaarn flikkert geel op de natte stoep. Ik gluur naar next door. Die buurman, Mark, de dokter. Zag hem gister ruzie maken met z’n ex. Schreeuwend door het open raam. Nu alleen, licht uit. Ik voel die kriebel al weken. We groeten elkaar altijd, die blikken… te lang. Verboden, hè, buren neuken.
Vandaag moet ik om negen uur op sollicitatie, geschiedenisleraar. Drie kilometer weg. Auto haperde, beltaxi niks, telefoon leeg. Ik vloek, leun op m’n barrel. Plots – kraak! M’n fiets glijdt uit, ik ram tegen z’n geparkeerde bak. Hoofd bonkt tegen de lantaarnpaal. Sterretjes, alles draait. Bloed druppelt warm in m’n nek.
De Spannende Blik en de Nabijheid
“Hé, Lotte? Gaat het?” Zijn stem, diep. Mark rent naar buiten, jas half open. Eh, ja… nee. Hij knielt, ruik z’n aftershave, kruidig. Handen vakkundig op m’n schedel. “Blijven zitten. Ik ben arts.” Ogen blauw, intens. M’n hart bonkt harder dan m’n hoofd. Hij tilt m’n kin op, duim veegt bloed weg. Nabijheid… z’n adem warm op m’n lippen. Burenraam hangt open, zou iemand kunnen zien?
“Kom, ik breng je naar huis.” Nee, hij sleept me naar zíjn deur, twee huizen verder. Sleutels rammelen. Binnen ruik ik koffie, vers. “Trek je trui uit, ik maak schoon.” Dociel, torse bloot. Hij zit dichtbij op de bank, borst raakt m’n rug. Sein zacht tegen tepel. Eh… “Pardon,” mompelt hij, maar drukt door. Verband, zijn vingers glijden nek in. M’n kut trekt samen. Praten over pech: m’n ex dumpte me voor stabiele kerel, hij z’n vrouw betrapt met ander. Tranen in z’n ogen. Ik veeg weg, lippen raken.
De Hete Ontploffing en het Geheime Naspel
“Lotte, dit is gek… maar.” Kus. Tongen wild, hongerig. Handen overal. Ritssluiting open, m’n broek omlaag. “Je bent nat,” gromt hij. Vingers in m’n kut, soppend. Ik hijg, “Neuk me, Mark. Nu.” Angst: burenraam licht aan? Iemand fiest langs? Adrenaline giert.
Hij duwt me achterover, broek uit. Lul hard, dik, paars hoofd. “Zuigen.” Ik neem hem diep, kwijl druipt. Smakgeluiden, z’n ballen slaan kin. “Kutje wijd,” commandeert hij. Op schoot, ik zak neer. Lul splijt me open, vulde完全. Neuken hard, bank kraakt. “Harder!” gil ik. Tepels zuigen, bijten. M’n klit wrijft z’n schaambeen. Zweet druipt, geur seks zwaar. Hij draait me, hondenstand. Pik ramt diep, eierstokken stoten. “Kom in me!” Schreeuw ik. Hij brult, spuit heet zaad. Ik tril, squirt op vloer.
Uitgeput, hijgend. Ligt naast me, arm over borst. “Dit blijft geheim.” Lach. Buiten fietsbel, gordijn wappert licht. Morgen groet ik hem anders. Die blik: “We weten het.” Elke keer kriebel. Burenleven nooit meer saai.